| Vegetariër of veganist? | | Print | |
Oude Grieken en levendige Britten Vegetariërs en veganisten zijn er al sinds mensenheugenis. Je vond ze in de vroegste eeuwen van de Indische beschaving, maar ook bij de Oude Romeinen en Grieken. Een bekende Oud-Griekse vegetariër is de wetenschapper Pythagoras. Mensen werden vegetariër of veganist om uiteenlopende redenen. Sommigen vonden het een "hygiënischere" manier van leven. Anderen dachten dat ze deugdzamere mensen erdoor zouden worden. Velen kaderden een vegetarische of veganistische leefwijze binnen een bepaalde religie. Voor velen speelde ook het leed van dieren een wezenlijke rol. De termen "vegetarisch" en "veganist" hebben echter een relatief recente oorsprong. Het begrip "vegetarisme" werd in de negentiende eeuw bedacht door Britse vegetariërs. Ze leidden het woord af van het Latijnse "vegetus" dat "kracht, levendigheid" betekent. De oorsprong van het woord ligt dus niet in het Latijnse "vegetalis" voor "plantaardig". Een eeuw later werd opnieuw in Groot-Britannië de term "vegan" in het leven geroepen. Het was een samenvoeging van de eerste en laatste lettergrepen van het Engelse "vegetarian". Flexibele definities Met vegetarisme bedoelen de meeste vegetarische organisaties een voedingswijze die vrij is van lichaamsonderdelen van dode dieren. Dus geen lichaamsstukken van koeien, varkens, kippen, vissen, insecten, enz. Zuivel en eieren staan wel op het menu, maar doorgaans wordt wel de voorkeur gegeven aan kaas waarin geen stremsel uit de lebmaag van gedode kalveren zit. De Britse vegetariërsvereniging verkiest bovendien ook eieren van kippen met vrije uitloop. Onder veganisme verstaan de meeste veganistische organisaties een voedingswijze waarbij alles gegeten wordt dat van plantaardige oorsprong is. Deze voedingswijze is dus niet alleen vrij van de lichamen van dode dieren, maar ook van de afgeleide producten van levende dieren, zoals zuivel en eieren. Voor veel vegetariërs en veganisten slaan de twee bovenstaande termen niet alleen op de voedingswijze, maar ook op zaken als kleding. Zo willen velen geen leer of zijde dragen. Veel veganisten verkiezen ook kleding die vrij is van wol. Zowel de definities van vegetarisme, als van veganisme wijzen meestal op een bekommernis voor dierenleed. Niet alle vegetariërs of veganisten zijn echter om dierenleed bekommerd. Omdat meer en meer blijkt dat vegetarisme en veganisme ook een gunstig effect kunnen hebben voor het milieu en de gezondheid van de mens, worden deze aspecten ook vaker vermeld door de meeste relevante organisaties. Uit de definities blijkt dat het engagement van veganisten iets uitgebreider is. Zuivel en eieren zijn voor hen immers ook een bron van dierenleed. Over koetjes en kalfjes Om zoveel mogelijk melk te kunnen maken moeten koeien voortdurend zwanger gemaakt worden. Van zodra de kalveren geboren zijn, worden ze bij hun moeders weggehaald, zodat alle melk van de moederkoe voor menselijke consumptie beschikbaar blijft. Deze scheiding brengt heel wat stress teweeg, omdat moeder en kalf een sterke instinctmatige band hebben. Alleen kalveren van koeien die van in het begin om hun vlees vetgemest worden, kunnen bij hun moeders blijven. Eenmaal de melkkoeien uitgemolken zijn, worden ook zij klaargemaakt voor het slachthuis om plaats te maken voor nieuwe melkkoeien met een hogere melkproductie. Ze in leven houden zou veel te duur zijn en zou de prijzen van melk enorm de hoogte in duwen. Na een vijftal jaren daalt de melkproductie van koeien, maar ze kunnen wel 20 jaar oud worden. Ze zouden dus meer dan 10 jaar gevoed moeten worden, zonder iets op te brengen. Bovendien laat een plaatsgebrek ook niet toe dat koeien in leven gehouden worden van zodra hun melkproductie minder wordt. Telkens een koe bevalt, is er een kans op twee dat het kalf een mannetje is. Een mannetje kan geen melk geven en is dus alleen maar goed voor zijn vlees. Ofwel worden ze al na een paar maanden geslacht voor hun witte kalfsvlees, ofwel worden ze iets later naar het slachthuis afgevoerd. De mannelijke kalfjes in leven laten en ze gedurende een twintigtal jaren een natuurlijk leven in een kudde geven, is een onmogelijke taak. Er zijn immers zoveel mannelijke kalveren die dagelijks geboren worden door toedoen van de zuivelindustrie, dat er simpelweg geen plaats voor hen zou zijn. Bovendien zou het ook geen goedkope zaak zijn om hen in leven te houden. Veganisten vinden het dus een onhoudbare zaak om én zuivel te blijven eten én te denken dat men zo niet bijdraagt aan dierenleed. De kip en het ei Veganisten verkiezen ook geen eieren te eten. Net zoals zuivel zijn ook eieren nauw verbonden met de slachtindustrie.Om eieren te verkrijgen, moeten er kippen zijn die ze leggen. Om kippen te hebben moet men eieren kunstmatig uitbroeden. Voor elk vrouwelijk kuikentje dat uit zo'n eitje kruipt, is er ook een haantje dat het levenslicht ziet. Men kan het geslacht van de kuikens immers niet van tevoren bepalen. Zo'n haantje heeft zo goed als geen economische waarde. Daarom worden haantjes meteen na hun geboorte gedood door vergassing, versnippering of verstikking in plastiek vuilniszakken. Hun opzettelijke doding is dus onoverkomelijk als men legkippen wilt. Ook als men het geslacht wel vooraf zou kunnen bepalen, dan nog blijft men met het probleem zitten dat legkippen uiteindelijk ook in het slachthuis aan de lopende band gedood zullen worden. Van zodra ze minder eieren beginnen te leggen, vindt de kippenfokker het tijd worden om ze te vervangen door nieuwe kippen die meer eieren leggen. Omdat het onbegonnen werk en erg duur is om de miljoenen kippen die te weinig eieren leggen in leven te houden, worden de minder presterende kippen naar het slachthuis gebracht. Het dierenleed dat bij de productie van zuivel en eieren komt kijken is ook een gevolg van de grootschaligheid van de betrokken industrieën. Om de miljarden mensen die melk en eieren willen tegemoet te kunnen komen, is er vaak gewoon geen plaats meer voor kleinschalige bedrijfjes waarin dieren niet als louter machines gezien worden. Als mensen bovendien massaal zouden overschakelen op een vegetarische voeding, dan zouden ze waarschijnlijk nóg meer zuivel en eieren willen consumeren in de overtuiging dat ze alleen zo vlees kunnen compenseren. Dit zal tot nog meer grootschaligheid in de zuivel- en eierindustrie kunnen leiden. Keuzemogelijkheden Om deze redenen verkiezen veganisten gewoon plantaardig te eten, vrij van alle dierlijke ingrediënten. Een 100% plantaardige voeding neemt bovendien minder landbouwareaal en water in beslag. Om een kilo dierlijke eiwitten te bekomen heb je immers ettelijke veelvouden nodig van het water en het landbouwareaal dat vereist is om eenzelfde hoeveelheid eiwitten uit hoogwaardige plantaardige eiwitbronnen te verkrijgen. Hoewel het gros van de bevolking gelooft dat dierlijke producten noodzakelijk zijn, is het ondertussen aangetoond dat een diervrije voeding even goed aan al onze behoeften kan voldoen. Het gebruik van gedode dieren, zuivel en eieren in onze voeding is echter zodanig ingeburgerd, dat het een hele opgave voor de meeste mensen is om zich een leven zonder hun smaak in te beelden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veganisten slechts een zeer kleine minderheid vormen. Nochtans zit in gedode dieren, melk en eieren niets essentieels dat niet ook uit diervrije voeding gehaald kan worden. Melk wordt verkocht als wonderdrankje met vooral veel calcium en eiwitten. Groene bladgroenten, noten, sojakaas, sinaasappels, wortelen en heel wat peulvruchten zijn echter een veel efficiëntere bron van calcium. Volwaardige eiwitten haal je makkelijk uit een gevarieerd aanbod van allerlei lekkernijen van granen, peulvruchten, aardappelen, fruit, groente en noten. Vitamine B12, een micro-organisme dat door bacteriën in de ingewanden van sommige dieren wordt gemaakt, wordt op grote schaal geproduceerd met behulp van bacteriën. Een groot deel van de wereldwijde B12-productie wordt aan veevoeder toegevoegd. Met de overige B12 verrijkt men o.a. ontbijtgranen, dranken of tabletjes. Omdat volgens recente schattingen ongeveer 40 procent van de westerse bevolking een B12-tekort zou hebben zonder het zelf te weten, gaan in sommige landen steeds meer stemmen op om B12 toe te voegen aan brood. IJzer vind je o.a. in linzen, voor miljoenen Indiërs een dagelijkse bron van ijzer die ze in allerlei hartige gerechten verwerken. In Zuid-Europese landen worden linzen al van oudsher gebruikt voor soepen, paté's en andere creaties. Ook in onze contreien stonden talrijke linzensoorten en andere peulvruchten eeuwenlang op het menu. In kookboeken en op het internet vindt men tal van recepten voor makkelijke linzensoepen die je in nog geen 20 minuten klaarmaakt. Waarom vegetariërs en veganisten een minderheid zijn Een doorsnee diereneter zal een diervrije maaltijd gelijkstellen aan een halfleeg bord met wat aardappeltjes en een paar blaadjes sla voor de decoratie. Of hij denkt meteen aan tofu waarvan hij ooit eens uit nieuwsgierigheid een blok in huis heeft gehaald en die hij grotendeels in de vuilnisbak heeft gegooid omdat het maar naar niets smaakte. Heel wat mensen brengen vegetarische gastronomie in verband met ontbering. Dit bescheiden voorstellingsvermogen van vele diereneters is waarschijnlijk een gevolg van de evolutie die het gemiddelde voedingspatroon al geruime tijd kent. In de afgelopen eeuw verdwenen talrijke plantaardige voedingswaren uit het gezichtsveld nadat ze honderden jaren lang op met menu hadden gestaan. Wie van uw kennissen en collega's kent bvb. boekweit, gerst, kekererwten of gierst? Geleidelijk aan werden vlees en zuivel tot het meest essentiële onderdeel van onze maaltijd gepromoveerd. Verschillende factoren liggen aan de basis van hun overheersende populariteit. De lichamen van gedode dieren en zuivel zijn makkelijk te bereiden producten en leveren snel een grote portie brandstof aan ons lichaam. De bereiding van vele plantaardige producten vraagt iets meer aandacht en tijd. Het verschil is niet groot, maar het feit dat het verschil bestaat zorgt al voor een principiële afkeer bij velen. Ook zijn er minder kant en klare diervrije producten, terwijl diereneters beschikken over talrijke kant-en-klare producten zoals charcuterie en kaas. Aan de smaak van bloed en het lichaamsweefsel van dieren is ook een verslavend effect verbonden. Zoiets komt duidelijk tot uiting in de typische heftigheid van de reacties bij vele diereneters wanneer ze met de mogelijkheid van een diervrij alternatief geconfronteerd worden. De smaak van het zachte, vezelarme spierweefsel en vet van gedode dieren staat in contrast met de vaak iets minder zachte en vezelrijkere structuur van plantaardig voedsel. De smaak van plantaardige voeding is daarom voor velen minder aangenaam. Bij de bereiding van dierenvlees, tijdens het bruinen, komen de zogeheten Maillard-geuren vrij. Die zorgen voor de typische braadlucht. Ze worden veroorzaakt door vluchtige stoffen die ontstaan als suikers en eiwitten zich aan elkaar hechten. Alleen al bij de gedachte begint menigeen te watertanden. De lichamen van gedode dieren en de afgeleide producten zoals kaas en eieren worden al decennialang d.m.v. -vaak door de overheid gesubsidieerde- reclamecampagnes gepromoot en voorgesteld als onontbeerlijk voor onze gezondheid. Makkelijk beïnvloedbare kinderen zijn vaak het doelpubliek van dergelijke reclamecampagnes. Een grappig voorbeeld van zo'n op kinderen gerichte campagne is de Vlaamse jeugdserie "Mik, Mak en Mon" uit de jaren tachtig. Daarin treedt een melkboer op als redder van twee op aarde gestrande, buitenaardse kinderen. Dankzij het dagelijkse glas melk dat hij hun geeft, overleven ze de vele gevaren op aarde. In 2007 was er in Nederland ophef in vegetarische kringen omdat aan een aflevering van het populaire kindertijdschrift Donald Duck een bijlage van de vleesindustrie was toegevoegd. De bijlage was opgemaakt in de stijl van het tijdschrift en voor de jonge lezertjes was het moeilijk in te zien dat het om reclame ging. Onder het mom van een bekommernis voor onze gezondheid, maar in werkelijkheid met de bedoeling om de dierenindustrie te steunen, prenten dergelijke campagnes ons vanaf jonge leeftijd in dat een diervrije voedingswijze in ons nadeel en onvolledig is. Soms komt een diervrij alternatief in de campagnes terloops aan bod. Meestal wordt ze dan beschreven als een moeilijk te begane en niet voor lange tijd te volgen weg. Geen dierenlichamen en zuivel consumeren zou niet alleen de gezondheid van ons lichaam niet ten goede komen, maar zou ons ook beroven van heel wat levensplezier volgens deze campagnes. Door de producten uit de slacht- en zuivelindustrie te consumeren bevordert men het eigen succes en de persoonlijke welvaart. Deze boodschap van de campagnes bevestigt het reeds bestaande aura van sociale welvaart waarmee het eten van gedode dieren en andere dierlijke producten al eeuwenlang omgeven is. Mensen die een diervrije leefwijze volgen worden als afwijkend van de norm en dus weinig begerenswaardige rolmodellen voorgesteld. De heersende ideologie als zouden niet-menselijke dieren intrinsiek ondergeschikt zijn aan ons kleinste eigenbelang, zoals de vervulling van onze smaakwensen, is het ultieme wapen waarmee het recht van de mens op het gebruik van niet-menselijke dieren verdedigd wordt. Deze ideologie kent al eeuwenlang haar tegenstanders. De geschiedenis van deze oppositie wordt uitvoerig beschreven in "The Bloodless Revolution" van Tristan Stuart. De tegenstanders zijn tot op vandaag een kleine minderheid gebleven. De bovenstaande factoren bepalen immers nog steeds de voedingskeuze van de meerderheid. Maar een grote verantwoordelijkheid voor het succes van de slacht- en zuivelindustrie ligt ook bij haar tegenstanders. Al te vaak werd de diervrije voedingswijze door hen gekoppeld aan een sociaal gedachtengoed of een specifieke spiritualiteit. Zodoende werden heel wat drempels opgeworpen voor de vegetarische leefwijze. Diereneters stelden zich immers voor dat men én een bepaalde politieke voorkeur én een bepaald geloof in esoterische werelden moest aanhangen, wilde men vegetariër zijn. Op die manier werd de aantrekkingskracht van het vegetarisme beperkt tot kleine minderheden van de bevolking. Nog steeds slagen veel vegetarische organisaties erin om hun slagkracht drastish te beperken. Hetzij door een veel te amateuristische werking. Hetzij door de vorming van contraproductieve interne dynamieken. Hetzij door een "low profile"-houding aan te nemen t.a.v. de slacht- en zuivelindustrie en haar consumenten. Naast deze "softe" vegetarische organisaties, bestaan er ook "harde" groepen die ondergronds opereren en een zeer kleine minderheid vormen van de tegenstanders van de slacht- en zuivelindustrie. De schade die zij toebrengen aan het vegetarisme is moeilijk in te schatten. Men kan zich afvragen of de vaak jeugdige deelnemers aan de acties van ondergrondse vegetarische bewegingen niet zozeer door een liefde voor een vreedzame mensheid, als wel door een passie voor geheimdoenerij en avontuur gedreven worden. Het enige wat ze lijken te bereiken is een grotere omzet voor beveiligingsbedrijven en het verschaffen van een bezigheid voor de nationale geheime diensten. Ze geven aan sommige verslaggevers in populistische kranten en internetmedia het excuus om alle vegetariërs en veganisten als potentiële terroristen af te schilderen en de bevolking op te roepen om de slacht- en zuivelindustrie met hand en tand te verdedigen. De grootschalige, permanente terreur in de slacht- en zuivelindustrie tegen niet-menselijke dieren blijft zo onbesproken en alle aandacht wordt gevestigd op de kleinschalige, sporadische terreur door een klein groepje veganisten. Pacifisme en een liefde voor het leven in al haar verschijningsvormen zouden de essentie moeten zijn van een vegetarische en veganistische leefwijze. Het verbaal en fysiek geweld van deze kleine ondergrondse groepjes tegen personen en goederen is in tegenspraak met de essentie van een diervrije leefwijze. Kortom, sociaal-culturele, pragmatische en lichaamsgebonden factoren en de kenmerken van sommige vegetarische bewegingen spelen een belangrijke rol in het instandhouden van de consumptie van dierenlichamen en de afgeleide producten van dieren. Ethische principes zoals "leven en laten leven", rationele argumenten m.b.t. de vrijwaring van ons milieu en de wetenschap dat een diervrije voeding ons lichaam doeltreffend kan voeden, kunnen doorgaans niet opwegen tegen deze factoren. |
Vegetariër of veganist?
Om zoveel mogelijk melk te kunnen maken moeten koeien voortdurend zwanger gemaakt worden. Van zodra de kalveren geboren zijn, worden ze bij hun moeders weggehaald, zodat alle melk van de moederkoe voor menselijke consumptie beschikbaar blijft. Deze scheiding brengt heel wat stress teweeg, omdat moeder en kalf een sterke instinctmatige band hebben. Alleen kalveren van koeien die van in het begin om hun vlees vetgemest worden, kunnen bij hun moeders blijven.
Telkens een koe bevalt, is er een kans op twee dat het kalf een mannetje is. Een mannetje kan geen melk geven en is dus alleen maar goed voor zijn vlees. Ofwel worden ze al na een paar maanden geslacht voor hun witte kalfsvlees, ofwel worden ze iets later naar het slachthuis afgevoerd. De mannelijke kalfjes in leven laten en ze gedurende een twintigtal jaren een natuurlijk leven in een kudde geven, is een onmogelijke taak. Er zijn immers zoveel mannelijke kalveren die dagelijks geboren worden door toedoen van de zuivelindustrie, dat er simpelweg geen plaats voor hen zou zijn. Bovendien zou het ook geen goedkope zaak zijn om hen in leven te houden.
Veganisten verkiezen ook geen eieren te eten. Net zoals zuivel zijn ook eieren nauw verbonden met de slachtindustrie.
Omdat het onbegonnen werk en erg duur is om de miljoenen kippen die te weinig eieren leggen in leven te houden, worden de minder presterende kippen naar het slachthuis gebracht.
Om deze redenen verkiezen veganisten gewoon plantaardig te eten, vrij van alle dierlijke ingrediënten. 




Alexander Dargatz: wereldkampioen bodybuidling en veganist (klik "abspielen").
Carl Lewis: meervoudig olympisch kampioen over diervrije voeding.

Verbergt de Mona Lisa van Leonardo da Vinci een geheime vegetarische code?
Een koe met een geweer ontketent de koeienrevolutie.
Is de mens van nature vegetariër? Dit varken denkt van wel.